Bovenstem Genemuiden
info

STREEKSITE - Wie de bovenstem nog nooit heeft gehoord, maar dit vocale fenomeen wel eens wil beluisteren kan daarvoor elke zondag terecht in Genemuiden. In de hervormde kerk, maar ook het nieuwe Godshuis van de gereformeerde gemeente, is deze monumentale zang tijdens de erediensten te horen.

Een kerkbezoek is overigens niet per se noodzakelijk, want ook zijn er muziekdragers waarop de tegenmelodie ten gehore wordt gebracht. Onder andere van het christelijk mannenkoor Stereo uit Genemuiden, dat de bovenstem als handelsmerk voert. Ergo, toen de tegenmelodie van de psalmen in de jaren zestig van de vorige eeuw teloor dreigde te gaan, nam het mannenkoor de taak op zich om de bovenstem weer nadrukkelijker onder de aandacht van het kerkvolk te brengen.

Waar komt die 'stoere, oerhollandse gemeentezang', zoals de bovenstem ooit werd benoemd, toch vandaan? Wanneer heeft de tegenmelodie van de tenoren zich een plaats verworven in de omlijsting van het (niet-ritmische) psalmgezang?

Het zijn prangende vragen waarop de Groningse hoogleraar Jan Luth (docent liturgiewetenschappen) graag een antwoord wil. Hij gaat er dan ook binnen twee jaar (wetenschappelijk) onderzoek naar doen.

Luth zegt benieuwd te zijn naar de herkomst van de bovenstem, waarvan hij zich afvraagt of we hier te maken hebben met een 'mooie vorm van volksmuziek, gevoed door huiscultuur', of dat de oorsprong ligt bij de zogeheten Goudimel-zettingen. Claude Goudimel (1500) was een Frans Renaissance-componist, bekend van de eenvoudige noot-tegen-noot zettingen van de Geneefse psalmen.

Ook wordt wel gezegd dat de bovenstem ongeveer anderhalve eeuw geleden is ontstaan in de vissersplaatsen rond de toenmalige Zuiderzee. Het was in een tijd dat nog niet elke kerk een orgel had. Krachtige mannenstemmen ondersteunden door de bovenstem de gemeentezang. Vissers zongen ze op de boot en bij het biezen snijden deden de noeste werkers dat staande in het water.

Weer een ander zegt dat de bovenstem een relikwie is van de zangscholen die er vroeger in Genemuiden waren. Maar ook de Hazeu-zangers, een gezelschap psalmen-zingende mannen, worden wel als mogelijke inspiratiebron van de tegenmelodie genoemd.

Stelt Luth dat de bovenstem momenteel een marginaal verschijnsel betreft, in verschillende gemeenten van orthodox bevindelijke signatuur is de tegenmelodie nog springlevend.

Van eminent belang bij het zingen van de bovenstem is de rol van de organist. Daarover weet Arend Booi (57) mee te praten. Hij is organist van de hervormde gemeente in Genemuiden en specialist in het aansturen van de bovenstem.

Volgens Booi zijn overigens niet alle psalmen geschikt voor de bovenstem en die komt naar zijn mening het best tot z'n recht in middag- of avonddiensten. "'s Morgens moet de stem nog op gang komen."

Booi noemt drie voorwaarden voor het optimaal tot z'n recht laten komen van de bovenstem. "Een goed orgel, een gemeente die wil zingen en een organist die een antenne heeft voor een goede begeleiding." Tot die laatsten rekent hij zichzelf ook.

"Het mooiste is verder een volle bak, een dwingend voorspel en dan moet er iets gebeuren. Het gezang van de gemeente komt als een orkaan op je af" , glundert Booi.

De zangers zelf overigens laat het zingen van de bovenstem ook niet onberoerd. Albertus van Dijk (23) beheerste de kunst al op zeer jeugdige leeftijd. "Toen ik zeven, acht jaar was zong ik hem al mee. Dat viel wel op, want als ik 's maandagsochtends naar school ging werd ik er op straat over aangesproken. 'We hebben je weer gehoord hoor', riepen mensen mij toe."

Organist Booi herinnert zich hoe mannenbroeders zich emotioneel oplaadden voor de bovenstem. "Sommigen gingen er bij staan, hielden zich krampachtig vast aan de bank tot het moment waarop de bovenstem kon worden ingezet."

Ook bij Van Dijk lijkt de adrenaline tot ongekende hoogten door de aderen te vloeien vlak voordat hij de tegenmelodie tot klinken brengt. Zo stond hij op een koninginnedag buiten zich 'trappelend in opperste concentratie' voor te bereiden op het psalmgezang. 'Man, ie trapt die boom er nog uut', riep een plaatsgenoot tegen Van Dijk, die zelf ook bekent dat hij soms trillend van emotie de psalmen met bovenstem beleeft.

Ook Henk Hammer (39), secretaris van mannenkoor Stereo, voelt soms een tinteling over z'n rug als de bovenstem volledig tot z'n recht komt. "Ik heb wel eens mensen met tranen in hun ogen gezien als de bovenstem wordt gezongen."

Stereo heeft de psalmen steevast op het programma staan. Hammer is één van de leden van het koor die regelmatig concerten bezoekt waar ruimte wordt geboden om de bovenstem te zingen. "Ons koor is er bekend om geworden" , stelt de Genemuidenaar.





Navolgers van Calvijn zingen in de eredienst de psalmen eenstemmig. Hier en daar zijn echter uitzonderingen. Zoals in Uddel en Genemuiden. Ze noemen het ”stemmen zingen” in Uddel en omgeving. Psalmen zingen uit het zogenaamde vierstemmenboek, dat stamt uit de 18e eeuw.

Het lijkt een vooral Veluwse traditie te zijn. Een aantal psalmzangverenigingen probeert de erfenis van het stemmenboek levend te houden: onder andere in Barneveld, De Valk, Nunspeet en Uddel. Ook op Goeree-Overflakkee bestaat een tak van deze zangtraditie.

Zo nu en dan ontmoeten de zanglustigen uit het hele land elkaar, bij voorkeur in de Oude Kerk van Ede. Inmiddels verschenen van die zangavonden zes cd’s.

De meeste psalmzangverenigingen houden op hun eigen koorrepetities en -uitvoeringen het stemmenboek in ere. Hier en daar vindt het vierstemmig psalmzingen echter ook plaats in de eredienst. Zoals in de gereformeerde gemeenten in Nederland van Barneveld en De Beek-Uddel.

In Uddel is de interkerkelijke psalmzangvereniging Zingt Gode Lof actief. Iedere woensdagavond oefenen de leden in het kerkgebouw van de gereformeerde gemeente in Nederland in De Beek de vierstemmige zettingen. De leden die hier ter kerke gaan, hebben hun stemmenboek zondags bij zich. De organist speelt bij bekende psalmen standaard de zetting van het vierstemmenboek. Van tussen de 1200 leden klinken dan de bassus, de altus en de discant – niet te verwarren met de gebruikelijke alt, tenor en bas.

Op deze woensdagavond maakt dirigent Teus Klok met de dertig aanwezige leden –zo’n zestig mensen zijn lid– een begin met Psalm 57. Niet de makkelijkste. Maar na een aantal keer afzonderlijk oefenen mengen de stemmen zich algauw tot een heel aardige vierstemmige zang. De bassus laag, de discant als middenstem, de altus héél hoog – deze mannen en vrouwen moeten wel last van hun keel hebben na afloop.

De vereniging vierde vorig jaar haar veertigjarig bestaan. Wout Roos, een van de organisten: „In 1968 was er nog geen orgel. Bij onbekende psalmen hoorde je alleen de voorzanger zingen. Toen is de vereniging opgericht om de gemeentezang te bevorderen. Om dat te stimuleren werd er vierstemmig geoefend.”

Begin jaren 70 deed het orgel z’n intrede. Maar de organisten speelden niet altijd de zettingen van het vierstemmenboek. „Toen is het stemmenboek in notenschrift genoteerd, zodat ook met het orgel vierstemmig gezongen kon worden”, aldus Roos.

Iemand die in Uddel organist wordt, moet niet proberen andere zettingen in te voeren. „Dan krijgt hij zeker problemen met de gemeente”, denkt Roos. Of de organist niet erg beperkt wordt? Klok: „Het is geen beperking, het is een voorrecht.” Roos: „Als de gemeente massaal en vierstemmig meezingt, dan speel ik graag op deze manier, ook al is het niet volgens de muziekleer. Vóór de dienst en met de voorspelen heb ik de vrijheid.”

Niet alle psalmen lenen zich voor de vierstemmige zang. Bekende als Psalm 25, 36 en 84 gaan gauw goed. Op deze avond blijken de verenigingsleden echter ook goed uit de voeten te kunnen met Psalm 17, 73, 85, 94, 97 en de Lofzang van Zacharias. Opvallend: de Lofzang van Simeon gebeurt tweestemmig.

Roos en Klok zijn trots op de lokale traditie. „Er wordt hier zondags geweldig gezongen. Predikanten zeggen het: Als je wilt horen hoe mooi zingen kan zijn, moet je in Uddel wezen.”

In Genemuiden zijn ze trots op weer een heel andere zangtraditie: de bovenstem. Het stadje boogt erop bakermat te zijn van deze volksgewoonte.

Waar de traditie precies vandaan komt, is niet helemaal duidelijk. Het verhaal gaat dat de bovenstem zo’n 150 jaar geleden ontstond in de vissersplaatsen rond de Zuiderzee. Toen er nog geen orgel aanwezig was, ondersteunden de mannen met krachtige stemmen de gemeentezang door een tegenstem te zingen. Of Genemuiden echt de bakermat is, wordt betwist. Sommigen noemen Urk, anderen denken aan de Veluwe, een volgde wijst naar de Hazeuzangers.

In ieder geval heeft de traditie in Genemuiden oude papieren. Al uit de 19e eeuw stammen verhalen over de tenoren die in de kerk vol overgave de tegenstem zongen, waarbij velen van hen gingen staan om hun beleving te tonen.

Die emotie is er nog steeds. Bij mensen lopen de rillingen over de rug als ze de samenzang mee­maken. Bovenstemzangers vertellen dat ze soms trillend van emotie de psalmen zingen. Predikanten die in Genemuiden voorgaan maken mee dat het gezang van de gemeente als een orkaan op de preekstoel afkomt. Sommigen geven juist daarom bepaalde psalmen op.

Want niet alle zijn geschikt om met bovenstem te zingen. Het gaat misschien om zo’n dertig à veertig psalmen. Waarbij het afspraak is dat wanneer een predikant meer verzen van zo’n psalm opgeeft, de eerste strofe eenstemmig gaat, terwijl bij het tweede vers de bovenstem aangeheven wordt.

Organist Arend Booi is een van degenen die de traditie in ere proberen te houden. April 2008 begon hij met anderen oefenavonden te beleggen. In de hervormde Grote Kerk, maar ook bedoeld voor mensen van andere kerkgenootschappen. Want de zangtraditie overstijgt in Genemuiden de kerkmuren. Ook in de hersteld hervormde gemeente en in de gereformeerde gemeente klinkt de bovenstem.

Onder andere met het oog op eenheid in de zang is Booi begonnen met het noteren van de bovenstem. Tijdens de oefenavonden krijgen bezoekers de muziek uitgereikt.

Zo ook op de zevende aflevering, eind november. Op deze zaterdagavond zijn ruim 200 Genemuidenaren bij elkaar. De aanwezigen worden in drie groepen verdeeld. Per psalm staan drie coupletten op het programma; steeds zingt een andere groep de bovenstem. Mannen én vrouwen. Want al lijkt het een mannengebeuren, ook vrouwen kunnen de hoge tegenstem zingen. Booi geeft van achter de speeltafel aanwijzingen.

Psalm 25 gaat snel goed. Bij Psalm 47 ligt het lastiger: de tegenstem moet toch wel een paar keer geoefend worden. De bovenstemmers moeten ook erg hoog: een paar keer een fis. Als voorspel komt een variant op de toccata van Boëllmann langs.

Sowieso gebruikt de organist de voor-, tussen- en naspelen om z’n ei kwijt te raken. De begeleiding zelf is eenvoudig, simplistisch soms. Dat kan ook niet anders als de bovenstem steeds in de harmonisatie moet zitten.

De organist heeft een leidende taak als het gaat om het bewaren en stimuleren van de bovenstem, zegt Booi. „Eigenlijk moet je zo harmoniseren dat de bovenstem spontaan ontstaat.” Een organist die in de dienst uit een koraalboek van Worp of Sanderman gaat spelen, krijgt geheid problemen, zegt hij. „Je kunt je maar beter aanpassen aan de traditie van de gemeente.”

GENEMUIDEN - Superlatieven schieten Henk Beens haast te kort als hij over de Genemuider bovenstem praat. Na jaren van research en schrijven is zijn boek over de bijzondere en typische manier van het zingen van psalmen afgerond. Het naslagwerk is, zo is het streven, vanaf de Biestemerk verkrijgbaar.

De vroegste herinnering die Beens heeft aan de bovenstem, is die als kind tijdens kerkdiensten. "Van de preek begreep ik toen nog niet veel", kijkt de Genemuidenaar lachend terug. "Ik was meer de merktekens in de banken aan het bestuderen. Maar als de gemeentezang begon, veerde ik op. Dan ontstond een zee van geluid, zo massaal en overweldigend. Dat deed de mensen écht wat."

De bovenstem is een melodie die, zoals de naam al zegt, boven de hoofdmelodie wordt gezongen door tenoren. "De tegenmelodie werd vroeger voornamelijk improviserend gezongen op hele noten. Bij bestudering van die muziek blijkt dat het interval tussen de melodie- en de bovenstemnoot voornamelijk een terts of een kwart is", legt Beens uit. "De psalmen met een toonzetting in grote terts (majeur) lenen zich het beste voor spontane gemeentezang met bovenstem".

Het idee om een boek te schrijven over de bovenstem, ontstond doordat Beens als voorzitter van Stichting Stadswacht Genemuiden vond dat 'er iets moest gebeuren' voor het Jaar van de Traditie in 2009. En wie Genemuiden zegt, zegt naast tapijt ook de bovenstem. "Genemuiden heeft van vroeger uit echt een zangcultuur", legt de schrijvende historicus uit. "Zo zongen bijvoorbeeld de biezensnijders rond 1900 aan de kust van de Zuiderzee. Schippers die met hun zeilschepen voorbij voeren, hoorden dan een mystieke zang over het water rollen. Ook zongen vaders na de maaltijd psalmen om zo de bovenstem door te geven aan hun zonen. In de jaren '60 van de vorige eeuw werd er daarnaast veel aan straatzang gedaan. Groepen jongeren zongen, al lopend door de staten in Genemuiden, een soort tweede stem."

Typisch Genemuiden?

De bovenstem wordt vaak gezien als een typisch Genemuider fenomeen. Toch is het maar de vraag of deze manier van zingen ook daadwerkelijk in de tapijtstad is ontstaan. "In de jaren '60, '70 van de vorige eeuw werd in Genemuiden een aantal plaatjes opgenomen met gemeentezang met bovenstem", legt Beens uit. "Deze kreeg daardoor landelijke bekendheid, waardoor de bovenstem met Genemuiden werd vereenzelvigd. Maar of het hier ook ontstaan is? Misschien ligt de oplossing in een oud psalmboek met een vierstemmige toonzetting afkomstig van de voormalige Ledeboeriaanse gemeente van Genemuiden, die ongeveer in het midden van de 19e eeuw ontstond".

Beens leest een stuk voor uit zijn boek. "Mogelijk was het psalmboek bij deze gemeente in gebruik en zong een aantal mannen de partij van de eerste tenoren: een tegenmelodie, de altus. Zowel het jaar van uitgave als de naam van de uitgever worden in het boek niet vermeld. De vierstemmige toonzetting en de tekst bleken identiek te zijn aan een uitgave van 1870, die ook in gebruik was bij de Hazeuzangers. Het gaat hier om een heruitgave van een in 1780 verschenen vierstemmige psalmbundel."

De oorsprong hiervan zou weer liggen in een uitgave van de Geneefse psalmen met een vierstemmige toonzetting van de Franse Renaissance-componist en muziekuitgever Claude Goudimel. Deze psalmen werden uitsluitend gezongen in de huiselijke kring en door gezelschappen. Gevluchte Hugenoten namen de bundel mee naar de Nederlanden. Daar kreeg deze een berijming in het Nederlands.

Stereo                                                                                                                     Hoe dan ook, de bovenstem en Genemuiden zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Beens denkt dat in Genemuiden anno 2010 zo'n 350 zangers de bovenstem in meerdere of mindere mate kunnen zingen. Dat komt mede doordat een commissie oefenavonden organiseert. "Neem nou mannenkoor Stereo", vertelt Beens. "Dat is al jaren bezig de bovenstem levend te houden. De mannen hebben onlangs ook weer een Cd opgenomen, die op de Biestemerk te verkrijgen is. Beide projecten vallen samen.Ook jongeren zingen de bovenstem. Het gaat van vader op zoon." Het is voor Beens hét bewijs dat de bovenstem nog steeds populair is en niet snel uit beeld zal verdwijnen. "Het grijpt je. Musici zeggen misschien; 'Het klopt niet, het moet sus of zo'. Maar de totaliteit van orgel en de zingende gemeente ontroerd veel mensen tot in de ziel."

Het boek kost 15 euro en is te koop via de website van het mannenkoor Stereo.

 

Zoveel is zeker, er moet 'krachtig en majesteitelijk' (Calvijn) zijn gezongen op een mooie nazomeravond op 3 september in de Bovenkerk van Kampen.

Anders hadden omwonenden in het hart van de Hanzestad hun deuren niet nieuwsgierig geopend om vervolgens 'stiekem' mee te luisteren naar de massale en indrukwekkende zang van het Genemuider christelijk mannenkoor Stereo samen met zo'n duizend bezoekers. Aangetrokken door de aanzwellende geluidsgolven waren argeloze voorbijgangers al evenzeer verbaasd over het krachtdadige volume dat zich een weg perste door de nauwe, middeleeuwse straten en steegjes van Kampen. Boven het gepassioneerde gezang klonk een 'tweede stem' die de samenzang een bijzonder kenmerk meegaf. Hier torende de zogeheten bovenstem, een muzikaal fenomeen afkomstig uit Genemuiden, hoorbaar boven de gemeentezang uit.

De Genemuider historicus Henk Beens komt superlatieven tekort om zijn gevoelens en indrukken van deze bovenstem te beschrijven. Hij heeft een poging gedaan in een boek dat zaterdag in het tapijtstadje aan het Zwartewater werd gepresenteerd.

Beens, die meerdere publicaties over zijn geboorteplaats op zijn naam heeft staan, wil met het boek 'Genemuiden en de bovenstem' de geschiedenis van de tegenmelodie bij de psalmen vastleggen voor de huidige en komende generaties.

Vooralsnog echter hoeft nog niet worden gevreesd dat de bovenstem, voornamelijk gezongen in de erediensten van orthodox-protestant Nederland, zo op z'n retour is dat dit fenomeen voor de eeuwigheid bewaard zou moeten worden. Het tegendeel lijkt eerder waar. Was de tegenmelodie een aantal decennia geleden niet meer dan een marginaal verschijnsel, de zangtraditie is in de afgelopen jaren bezig aan een opmerkelijke opmars, zo meldt de auteur in zijn jongste publicatie. Vooral op wat vaak wordt aangeduid als de 'bible-belt' lijkt er bijna sprake te zijn van een 'hype' als het gaat om deze karakteristieke, vocale begeleiding van het psalmgezang.

Op de Veluwe, van Epe tot Barneveld, in Zeeland en Zuid-Holland zijn in de afgelopen jaren bovenstemkoren opgericht die zich mogen verheugen in een groeiende aanwas van leden. "Het gaat hier om een uniek en zeldzaam gebruik dat het meer dan waard is om gekoesterd te worden", zegt Beens met overtuiging. En met hetzelfde gevoelen spreekt hij over het gebruik van de bovenstem in zijn woonplaats, volgens Beens 'nergens zo natuurlijk en puur klinkend' als in Genemuiden.

De bovenstem kan worden verklaard uit het gegeven dat een aantal zangers boven de melodie van de psalm uitzingt. Dat gebeurt voornamelijk door de eerste tenoren. De hoogste noten worden soms met kopstem(falset) gezongen. De bovenstem is het meest aansprekend bij gemeentezang op hele noten.

Niet iedereen is overigens even gecharmeerd van de bovenstem. Critici vinden het verloop ervan te voorspelbaar en creativiteit in het harmoniseren van psalmen zou niet mogelijk zijn.

Toch treft de bovenstem bij menigeen een gevoelige snaar, zo wordt duidelijk uit het boek van Beens. Kees Deenik, voormalig zanger, dirigent en presentator van religieuze muziekprogramma's bij de NCRV werd erdoor geraakt. Een predikant die in Genemuiden preekte was lyrisch over de bovenstem. "En dan dat zingen, langzaam en plechtig, een orkaan van stemmen gedragen door het orgel. De bovenstemmen rolden als een golf van warmte en troost over en door de mensen". Maar de predikant toonde zich tegelijk ook een tikje bezorgd over het volume. "Soms keek ik naar boven of de gewelven niet zouden scheuren".

Weer een andere zielenherder gebruikt voor de bovenstemzang de metafoor van een zeilschip dat langzaam met volle zeilen de haven uitvaart. De persoonlijke ontboezeming van de Genemuider organist Arend Booi, tevens een belangrijk promotor van de bovenstem, luidt treffend: 'Dan voel ik soms een rilling over mijn rug gaan, soms krijg ik kippenvel of ga ik transpireren".

Henk Hammer, al jaren lid van christelijk mannenkoor Stereo uit Genemuiden, vertelt dat 'dominees perplex stonden en gastdirigenten in vervoering raakten bij het luisteren naar de bovenstem'. "Tijdens kerkdiensten worden mensen tot tranen toe bewogen als de bovenstem met overgave wordt gezongen".

 

Artikel De Stentor van 25 november 2013

Psalmzingen met de Genemuider bovenstem is immaterieel erfgoed. Het is de eerste protestantse traditie die een plaats krijgt op de Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed in Nederland. De erkenning van het psalmzingen met de Genemuider bovenstem is zaterdag 23 november bekendgemaakt op een informatiedag over immaterieel erfgoed in Nijverdal. 

Het meerstemmig psalmzingen is nauw verbonden met de culturele identiteit van Genemuiden. In de negentiende en twintigste eeuw werd in veel Genemuider gezinnen na de maaltijd een psalm gezongen, waarbij de vader de bovenstem zong om die zo door te geven aan zijn kinderen. Dat gebeurde ook wel in de stal tijdens het melken. Tegenwoordig wordt de traditie levend gehouden door het Christelijk Genemuider Mannenkoor Stereo en de Bovenstemgroep Genemuiden. Stereo droeg de het psalmzingen met de Genemuider bovenstem voor voor een plek op de erfgoedlijst.

De traditie van het vierstemmig psalmzingen gaat terug tot in de zeventiende eeuw. Naar aanleiding van de in 1773 ingevoerde nieuwe berijming van de psalmen door de Staten Generaal, verscheen in 1780 een nieuwe vierstemmige psalmbundel, aangepast aan de nieuwe berijming, die in 1870 opnieuw werd uitgegeven.

Het Staphorster stipwerk ging de Genemuider bovenstem dit jaar al voor door opgenomen te worden in de Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed.

Op de website www.stereogenemuiden.nl  zijn fragmenten van het psalmzingen met bovenstem te beluisteren.