Bovenstem Genemuiden
info

Essay

 

De
Genemuider bovenstem.

 

Wat doet een Genemuider kerkganger het eerst als hij in de kerk zijn plek inneemt? Hij kijk op het psalmbord met de vraag: ‘Zit er één tussen?’, een psalm waarbij de bovenstem kan worden gezongen. Dat mist niet vaak. Geen wonder, want bij één derde van de 150 psalmen is dat mogelijk. Wie zijn oor te luister legt bij oude opnamen van de gemeentezang, merkt dat bij alle
jonische en enkele mixolydische psalmen de bovenstem past.

Wat doet een Genemuider kerkganger het eerst als de organist voor de dienst zijn akkoorden aanslaat? Hij luistert met de vraag: ‘Wie speelt en kunnen we bij hem goed zingen?’ Een goede organist is dan ook niet alleen hij die technisch goed speelt of innemend registreert. Maar goed is vooral hij die met zijn orgelspel rekening houdt met de tweestemmige zang. Nu, dat doen ze daar op de orgelbank, stuk voor stuk. Houdt de organist in zijn spel rekening met de tegenstem, dan kan iedereen met een beetje muzikaal gevoel en het nodige toonbereik de bovenstem meezingen. Dit komt mede door het relatief eenvoudige karakter: het gelijkmatige meegolven met de melodie, twee of drie tonen er boven uit.

Eenvoudig, gelijkmatig meegolvend, het is niet helemaal juist om de muziek op deze manier te kenschetsen. Oude opnames geven blijk van grote geestdrift en improvisatievermogen. Allerlei lussen, trappen en uithalen klinken boven de gewone melodie. Daarbij vergeleken houden we het tegenwoordig wat strakker. Het uitbundige klimmen, dalen en zwieren is bijkans verdwenen. Een stukje mode, ook in de gemeentezang? Verandering van temperament? Het is muziek. Het leeft.

Een oude zangtraditie?

Hoe lang bestaat de tweestemmige gemeentezang al in Genemuiden? Dat is een vraag die velen intrigeert, maar waarop het antwoord niet eenvoudig te vinden is. De  Genemuidenaren zijn in ieder geval al voor 1484 met het kerkorgel bekend. In dat jaar wordt het reeds bestaande orgel vervangen. Het nieuwe instrument van de hand van Johan van den Dam1 zal voornamelijk het priesterkoor hebben ondersteund. In 1885 komt het 27 stemmen tellend orgel van Zwier van Dijk uit Kampen gereed. Dat instrument trekt heel wat massaler zang mee. Dominee Doornenbal kijkt
er in1956 in één van zijn bekende kerkbodeartikelen op terug: ‘Ik heb aan Genemuiden de mooiste herinneringen, zoals het 20 jaar geleden was[…]en aan de diensten in de Kerk, stampvol, de
witgemutste vrouwen in het middenschip; aan het machtige psalmgezang dier grote schare, zo vol en sterk als nergens anders, waarbij ik soms naar boven keek of de gewelven niet scheuren zouden…2
Doornebal heeft de bovenstem zeker gekend. Want de bovensten heeft heel wat oudere papieren dan de jaren vijftig/zestig van de vorige eeuw. Zeker is dat de tegenmelodie in Genemuiden al rond 1900 in gebruik was.3Houdt de zang mogelijk verband met laat 19e eeuwse tweestemmige zangbeoefening buiten de eredienst? Over dergelijke meerstemmige zangbeoefening in Genemuiden
meer bekend. We doelen op de bekende Hazeugroepen. In l806 deed Johannes Hazeu een vierstemmige psalmbundel verschijnen. In de tweede helft van de l9e eeuw zochten boerenknechten en -zoons elkaar in de winteravonden op om gezamenlijk psalmen en liederen van Hazeu te zingen. Zo werd menig avond gevuld. Aan het begin van de 20e eeuw waren er nog verschillende van die zanggroepen actief. Ook in en rond Genemuiden. Zo kwam bij de familie Pierik aan de Hasselterdijk
regelmatig een groep samen.4 Een andere groep treffen we in het boek 'Rijk van Dalfsen en zijn koren' Die zangers zingen in de eerste jaren van de 20e eeuw: ‘...repetities van zo'n 40 jongelui in de oude school aan de Achterweg, die wekelijks vierstemmige psalmen en Hazeu-liederen zongen. Slager Jochem Knol sloeg daar, in het zweet zijns aanschijns, de maat met een houten voorzittershamer, soms bijgestaan door meester Van Dijk. Als slot werd steevast gekozen 'Ja, de strijd is afgestreden', want het was een zware opgave, niet alleen voor de ongeschoolde slager,  maar eveneens voor de jeugdige Genemuidigers, die er niettemin gezellige avonden van wisten te maken.’5 Was het dit soort enthousiasme dat zich verplaatste naar de eredienst of stoelt de zang
op oudere zangtradities? Een vraag waarop nog geen bevredigend antwoord is geformuleerd.

G.J. Westhoff Genemuiden,
november 2008

Bronnen en literatuur

1. Heutink, A., Middeleeuws
Genemuiden, de vroegste Geschiedenis van een stad in Overijssel
,
Kampen 2005, blz. 137

2. Doornenbal, J.T., Overpeinzingen
van een pelgrim
, Utrecht 1980, blz. 63, 64

3. Beens, H., Het Erfgoed der
Vaderen, een cultuurhistorische beschrijving van de stad Genemuiden
,
Genemuiden 1995, blz. 101, 102

4. H. Pierik, Genemuiden

5. Hesselink-Schraa, W., Rijk van
Dalfsen en zijn koren
, Zaltbommel 1989, blz. 3